Je wilt je kind beschermen voor alle mogelijke rampscenario’s..

Je kunt als ouder niet alle risico’s wegnemen. Dat hoeft ook niet. Niet alle gevaren die ouders zien, zijn reëel. Bij ouders gaan vaak de grootste rampscenario’s door je hoofd en dan is het prettig om je kind te behoeden voor al deze mogelijke gevaren of problemen.

Soms zijn de gedachten echter niet reëel en gebaseerd op jouw angsten. Door je te laten leiden door je eigen angsten, kan je kind de wereld als een gevaarlijke plek ervaren. Deze boodschap breng je (onbedoeld) over. Daarnaast imiteren kinderen het gedrag van hun ouders. Een kind kan dan onnodige angst creëren en minder initiatief durven nemen.

Door je kind overal tegen te beschermen, straal je uit dat je kind het zelf niet kan. Dat doet de onzekerheid toenemen. Een onzeker kind kan moeilijkheden ervaren op verschillende gebieden, zoals sociale relaties en schoolprestaties. Het kan ook zo zijn dat een kind juist géén angst kent, doordat het kind tegen de meeste gevaarlijke, moeilijke of vervelende situaties word beschermd.

Jessica (6) en haar moeder lopen hand in hand de kinderboerderij binnen. Jessica ziet geitjes en wil ze aaien. Moeder verteld Jessica dat geitjes kunnen bijten en zegt nadrukkelijk dat Jessica alleen voorzichtig op de rug mag aaien. Als Jessica van de glijbaan wil, blijft moeder achter haar staan voor het geval ze uitglijdt op het trapje. Zodra Jessica boven is zegt moeder dat Jessica op haar billen moet zitten en moet oppassen voor het balkje boven haar hoofd. Even later lopen ze langs het vijvertje als Jessica een veertje ziet. Als ze een stap richting de vijver doet om het veertje te pakken, pakt haar moeder haar van schrik vast en legt haar uit dat het gevaarlijk is als je in een vijver valt.

In bovenstaand voorbeeld krijgt Jessica geen vrijheid van haar moeder. Hoewel het goed bedoeld is van moeder, is dit niet wenselijk voor een kind. Jessica krijgt de ruimte niet om de wereld te ontdekken. Het is begrijpelijk dat haar moeder vervelende situaties wil voorkomen.

Belangrijk om bij stil te staan is echter: hoe gevaarlijk of schadelijk is een situatie nu echt? Als je hierbij stil staat, zul je waarschijnlijk tot de conclusie komen dat veel situaties niet écht gevaarlijk zijn. Natuurlijk is het niet leuk als een kind een ongelukje heeft, maar dit is wel erg leerzaam! Het hoort nu eenmaal bij het leven en zo leert je kind met teleurstellingen en frustraties om te gaan.

Het is van belang een goede afweging te maken: je jonge kind een beker drinken laten dragen is niet een groot risico. Het kan vallen en dan moet je het opruimen.. Je kind leert  echter om een volgende keer iets voorzichtiger te zijn.  Je jonge kind een kopje koffie laten dragen is echter wel een risico; áls het misgaat kan je kind zich verbranden.

Zo moet je als ouder iedere situatie inschatten.

Is het echt zo erg als je kind af en toe speelt met een ruig buurjongetje? Of is het goed als je kind hiermee om leert gaan? Is je puber echt in gevaar als hij of zij een keer laat thuis komt? Of praat je over onderwerpen en laat je je kind grenzen verkennen? Is het echt gevaarlijk als je kind over een muurtje loopt?

Of is een blauwe plek hooguit het risico?